Verdwaald tussen tulbanden en kralenkettingen
Het leven bestaat uit tegenstrijdigheden. De mens trouwens ook. Dat ik me inschreef voor een zevendaagse stilte- en yogaretraite was compleet tegen mijn natuur in. Maar omdat ik het in mijn voorstellingen nogal eens heb over dit soort zaken, vond ik dat ik zoiets dan ook maar eens moest meemaken. Iedere ochtend om vijf uur op. Twee uur meditatie, drie yogalessen, een veganistisch dieet. Geen alcohol, geen koffie, en slapen in een tent. Mijn vriend vroeg zich af waarom ik mezelf in godsnaam zo moest straffen. Ik dacht: bemoei je er niet mee, ik ga mezelf verlichten.
Op de dag van aankomst zet mijn vriend mij af. We zijn ietwat aan de late kant, dus na een onbeholpen zoen snelwandel ik met mijn rugzak en opgooitentje naar de groepsruimte. ‘O sorry,’ floep ik eruit als ik constateer dat ik inderdaad de laatste ben, gevolgd door een ‘o kut,’ omdat ik met mijn ‘o sorry’ de stilteregel had overtreden. De yogadocent, de zenheid zelve, heet me in gebarentaal welkom en wijst me de laatste vrije plek. Ik zwaai nog even terug, wat zeker weten ook niet de bedoeling is, en ga dan gespannen zitten. Ik kijk om me heen. Misschien heeft m’n vriend toch gelijk en is dit helemaal niks voor mij. Wat doe ik hier? Om me heen zitten mensen met tulbanden en kralenkettingen, ik zie mysterieuze tatoeages op afgetrainde lijven. Zij naast me heeft een soort altaartje op haar mat en verderop ligt een man met een klankschaal op zijn buik. Ik kan me niet voorstellen dat iemand in deze ruimte een gewone baan heeft. Dit zijn duidelijk pro’s. Deze mensen zijn al verlicht!
Als ik na de openingsceremonie met mijn opgooitentje naar de camping wil lopen en mijn tentje besluit zichzelf prematuur uit te gooien, zakt de moed me helemaal in de slippers. Want hoe ik ook duw of pers, ik krijg dat kloteding met geen mogelijkheid meer in elkaar. Alsof ik sta te knuffelen met Barbapapa. Omdat de volgende les al over twintig minuten begint en ik niet weer de laatste wil zijn, besluit ik om die kuttent dan maar in zijn geheel naar de kampeerplaats te slepen. Als een mier met een broodkorst verplaats ik me richting camping. ‘Hulp nodig?’ Een goudkleurige tulband kijkt me vrolijk aan. ‘Dat zou geweldig zijn,’ antwoord ik en voor ik er erg in heb draait de tulband floep, floep, zo die tent weer in elkaar. ‘Ongelooflijk,’ zucht ik vol verbazing, ‘je bent een engel.’ ‘Welnee,’ antwoordt de tulband, ‘ik werk gewoon bij de Decathlon.’
Aaiend over mijn smartphone zie ik overal bananen
Een paar keer per jaar voel ik enorme behoefte mijn smartphone ritueel te verbranden of in de gracht te flikkeren. De tijd die ik aan het aaien van mijn slimme telefoon besteed is zorgwekkend. En JAAAHAAA, ik weet dat je je schermtijd kan instellen. Maar als ik na het verstrijken van mijn ingestelde limiet van vijftien minuten de keuze heb óf de app te sluiten, óf op de banaan 'negeer limiet' te tikken, kies ik – surprise surprise – voor de laatste optie.
De Banaan. Ik had er nog nooit van gehoord maar opeens bleek ik hem te missen op mijn website. 'Hmmm, ja (scroll scroll) je mist een banaan,' mompelt Jos, creative marketing strateeg, terwijl hij over zijn matrozenmutsje wrijft. Op aanraden van mijn management heb ik een afspraak met Jos gemaakt om mijn website te 'optimaliseren'. 'Kijk,' – hij strekt zijn rug en leunt achterover – 'de banaan is een opvallende knop, button of link die schreeuwt om aangeklikt te worden.' Hij buigt zich naar voren, opent willekeurige websites en wijst de ene na de andere banaan aan. Bestel nu, Meer informatie, Koop, Kijk, Deel: allemaal bananen.'
'Mensen,' vervolgt hij op een toon alsof hij er zelf geen is, 'zijn snel afgeleide aapjes, ze hebben geen tijd en zin om zelf te bedenken wat ze op een website moeten doen, dus dat moet jij voor ze bepalen. En dat doe je door het plaatsen van een opvallende, niet te missen knop: de banaan.'
'Oké. Dus, in jouw geval,' vervolgt hij. 'Wat wil je dat mensen (weer die toon) doen als ze je website bezoeken?' Ik ben benieuwd of 'spontaan de horlepiep dansen' ook tot de mogelijkheden behoort. Stel je voor! Ik bedoel, als mensen – ik distantieer me bij deze dan ook even – toch niet in staat zijn zelf te bedenken wat ze moeten doen, laten we dan kijken of we ze de horlepiep kunnen laten dansen. Ja toch, Jos? Jos kijkt op van zijn scherm en ik geef het gewenste antwoord. 'Dat ze kaarten kopen voor mijn voorstelling.' Met een paar muisklikken en wat getik op zijn toetsenbord plaatst de marketingmatroos een duidelijke banaan op mijn homepage.
Als ik later die middag op de bank mijn telefoon weer eens lig te aaien, zie ik opeens overal bananen. Toch jammer van de horlepiep. Hoewel, ik heb eigenlijk geen idee hoe de horlepiep eruitziet. Ik open Youtube, typ 'Horlepiep' en hoewel ik voor de zoveelste keer op de 'negeer limiet'-knop moet drukken om het filmpje te bekijken, kan ik je vertellen: het was het meer dan waard.
‘Overleven’, dat woord viel steeds, bij de psycholoog, de huisarts, de rouwexperts, de lotgenoten.’
— Op Substack schrijft ik over rouw. Wil je hier meer over weten of lezen dan verwijs ik je graag door naar deze pagina: Substack Daniëlle Schel